Home About us Products Services Contact us Bookmark
:: wikimiki.org ::
Twaalfjarig Bestand

Twaalfjarig Bestand

Het Twaalfjarig Bestand was een periode van 12 jaar van wapenstilstand gedurende de Tachtigjarige Oorlog waarin niet (of nauwelijks) door de opstandelingen en de Spanjaarden werd gevochten. Het bestand ging in op 9 april 1609. Na vredesoverleg in Antwerpen werd besloten de strijd tijdelijk te staken. In 1621 werden de vijandelijkheden hervat.

Politieke onrust

Tijdens dit Twaalfjarig Bestand kwam er een einde aan de eenheid binnen de Republiek. De spanningen tussen prins Maurits en Johan van Oldenbarnevelt liepen snel verder op. Al in 1600 was prins Maurits tegen het sturen van het leger naar Duinkerken geweest; een besluit dat door Johan van Oldenbarnevelt was doorgedrukt. De Slag bij Nieuwpoort die volgde werd ternauwernood door prins Maurits gewonnen, maar prins Maurits en Van Oldenbarnevelt waren definitief tegenkampen. Van Oldenbarnevelt was ook een warm pleitbezorger van het staakt-het-vuren, terwijl Maurits liever doorgevochten had. Toen Van Oldenbarnevelt tenslotte ruimte vroeg voor van de remonstrantse leer van de Leidse hoogleraar Jacobus Arminius, escaleerde het conflict definitief. Maurits zag in de remonstrantse leer een verzwakking van de kerk, en vreesde voor een terugkeer van de katholieke kerk. Hij sloot zich daarom aan bij de contra-remonstranten, die de leer van de (ook Leidse) hoogleraar Franciscus Gomarus aanhingen. In 1619 verbood de Synode van Dordrecht de remonstrantse leer. De (remonstrantse) regenten in Holland hadden inmiddels de Scherpe Resolutie aangenomen. Deze resolutie, aangenomen op 4 augustus 1617, gaf de steden in Holland de mogelijkheid om eigenhandig wachtgelders (huurtroepen) aan te nemen om onlusten te voorkomen (in de praktijk kwam dit neer op optreden tegen contra-remonstranten). Prins Maurits zag in deze resolutie een aantasting van zijn gezag als militair leider en liet Johan van Oldenbarnevelt, Hugo de Groot en twee andere medestanders arresteren. Voor een speciaal tribunaal werd Johan van Oldenbarnevelt ter dood veroordeeld. Op 13 mei 1619 werd hij op het Binnenhof onthoofd. Met de dood van Van Oldenbarnevelt en het verbod op de remonstrantse leer was de strijd in het voordeel van Prins Maurits beslist. In 1621 werden de vijandelijkheden met de Spanjaarden hervat, nadat de landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden, Albertus van Oostenrijk, kinderloos overleed en de Zuidelijke Nederlanden daardoor weer rechtstreeks onder de Spaanse koning vielen. Het was aanvankelijk de bedoeling geweest dat het Bestand op een definitieve vrede zou uitlopen. Er waren echter enkele diepgaande meningsverschillen tussen de Nederlandse Republiek en de Spaanse regering, die onoplosbaar bleken te zijn en ertoe leidden dat in 1621 de vijandigheden weer zouden worden hervat. Deze betroffen de handel van Nederland met Oost-Indië, die volgens de Spanjaarden beeindigd moest worden, en de positie van de katholieken in de Republiek. De Spaanse regering vond dat de katholieken hier volledige godsdienstvrijheid moesten krijgen. De leiders van de Republiek antwoordden daarop dat de protestanten in het zuiden nauwelijks het recht op overleven hadden en wezen dus deze eis af. Het aantal katholieken in het Noorden was namelijk nog zo groot dat de protestantse elite bang was dat bij volledige godsdienstvrijheid de suprematie van de calvinisten in gevaar zou komen. Categorie:Geschiedenis van de Nederlanden in de 17e eeuw Categorie:Tachtigjarige Oorlog

Tachtigjarige Oorlog

De Tachtigjarige Oorlog (in de modernere geschiedschrijving ook wel De Opstand of de Nederlandse Opstand genoemd) is de naam voor de opstand en strijd in de Nederlanden (1568-1648, met een Twaalfjarig Bestand in de jaren 1609-1621). Tijdens de oorlog werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden een wereldmacht, vooral door de zeevaart. De Republiek beleefde een Gouden Eeuw op economisch, wetenschappelijk en cultureel gebied.

Start van de opstand

In de 16e eeuw waren de Nederlanden onderdeel van het Spaanse Habsburgse rijk. In 1500 werd Keizer Karel V geboren in Gent. Hij groeide op in de Nederlanden. Toen hij afstand deed van de troon in 1556 werd hij opgevolgd door zijn zoon Filips II. In tegenstelling tot zijn vader was Filips II vooral geïnteresseerd in Spanje. Enkele jaren voor de troonsafstand van Karel V begon het calvinisme zich te verspreiden door de Nederlanden, aanvankelijk vooral in de zuidelijke provincies. In 1566 vond de beeldenstorm plaats: calvinisten drongen de katholieke kerken binnen en vernielden de beelden en afbeeldingen van katholieke heiligen. Ook in 1566 nam een protestantse synode in Antwerpen het besluit over te gaan tot gewapend verzet. Filips II stuurt de hertog van Alva als landvoogd naar de Nederlanden, om de opstand te beteugelen. De bijnaam van Alva was de ijzeren hertog: een naam die hij eer aandeed gezien zijn keiharde optreden. Alva nodigde, na zijn aankomst in Brussel in augustus 1567, de edelen van de opstandige gebieden uit voor een gesprek. De meeste edelen doorzagen dat het een list was: alleen Graaf Egmont en Graaf Horne kwamen opdagen en werden direct gevangengenomen. Later werden zij door de Raad van Beroerten ter dood veroordeeld en op de Grote Markt van Brussel onthoofd. In 1568 probeerde Willem van Oranje, stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht, Alva te verdrijven uit Brussel. Het ging hier nadrukkelijk om een opstand tegen Alva en niet tegen de koning. Het vers uit het Wilhelmus, dat omstreeks deze tijd geschreven werd, herinnert hieraan: De koning van Hispanje heb ik altijd geëerd. De Slag bij Heiligerlee op 23 mei 1568 was het eerste treffen tussen de troepen van Willem van Oranje (aangevoerd door Lodewijk van Nassau) en die van Alva. De slag bij Heiligerlee werd gewonnen door de opstandelingen. Er was echter nog steeds weinig steun voor Oranje; veel steden verkozen zich niet aan te sluiten bij de opstand. Behalve de Raad der Beroerten voerde Alva ook een zware belasting in: de Tiende Penning. Dit leidde tot bijkomend ongenoegen. De watergeuzen, op dat moment een stel zeerovers met een vrijstelling van Willem van Oranje, profiteerden hiervan. Willem zag in de geuzen een nieuwe mogelijkheid om de troepen van Alva te verslaan en verleende de geuzen het recht om zijn rood-wit-blauwe vlag te voeren. Op 1 april 1572 veroverden de geuzen de Zuid-Hollandse plaats Den Briel. Omdat deze plaats op dat moment niet verdedigd werd, besloten de geuzen de stad in hun bezit te houden in naam van de Prins van Oranje. Op 22 april van hetzelfde jaar liet de stad Vlissingen de geuzen binnen. Door Alva werd het verzet getypeerd als een opstand, niet als een oorlog. In 1572 bericht Lodewijk van Nassau aan zijn broer Willem dat de hertog van Alva zeer verbaasd is ... dat de steden zo in opstand komen (les villes se revoltent ainsi). In brieven, kronieken en dagboeken uit die tijd wordt gesproken over verzet, verlatinghe, afzwering van de landsheer, etc. Wel hoopte Willem van Oranje vanaf 1568 op een volksopstand in de Nederlanden tegen het Spaanse bewind. Oranje had intussen zijn broer Lodewijk aangesteld als leider van de geuzen. De bedoeling was dat de geuzen enkele steden zouden innemen en dat tegelijkertijd een nieuw invasieleger de Nederlanden zou binnenvallen. Eind mei 1572 vielen de steden Valencijn (Valenciennes) en Bergen in Henegouwen in handen van de geuzen. Een maand later, juni 1572, sloot Enkhuizen zich aan bij de opstandelingen. Later volgden de meeste steden in Holland en Zeeland. Middelburg, Goes en Amsterdam bleven trouw aan Alva. In een vergadering van de Staten van Holland werd nogmaals bevestigd dat Willem van Oranje stadhouder van de koning was. Nog altijd was de opstand alleen gericht tegen Alva en niet tegen het koninklijke gezag. Een zwager van Willem van Oranje veroverde inmiddels grote delen van Gelderland, waaronder Zutphen en Deventer. Ook Friesland schaarde zich geheel achter Oranje. Later dat jaar volgde nog de inname van steden als Mechelen, Dendermonde en Leuven.

De reactie van de koning

Bij Bergen in Henegouwen ging het mis: de Spaanse bevelhebber Julian Romero wist het leger grote verliezen toe te brengen en de Oranjes moesten zich terugtrekken. Het aanvankelijke succes van de opstand had gedeeltelijk te maken met de oorlog die Spanje gelijktijdig voerde tegen Turkije. Toen de Turken eenmaal verslagen waren, had Filips II echter zijn handen vrij, en kon hij meer troepen naar het noorden sturen. Mechelen werd heroverd en de Spaanse troepen hielden vreselijk huis. Andere Brabantse steden besloten hierop vrijwillig hun poorten voor de Spanjaarden te openen. Ook in Zutphen en Naarden werden door de Spaanse veroveraars vele moorden gepleegd: in het vestingstadje Naarden werd vrijwel de hele bevolking afgeslacht. Direct na het bloedbad van Naarden naderde een vloot geuzen het Spaanse leger en stuurde legerleider Don Frederik een vijftigtal haakschutters onder bevel van Rodrigo Perez op de geuzenknechten af. Het was winter en tot verbazing van de Spanjaarden verplaatsten de geuzen zich zeer snel over het ijs. Perez werd een hopeloze verliezer omdat, zoals de Spaanse geschiedschrijving vertelde, de geuzenknechten een bepaald soort sporen droegen, die, "met twee krammetjes op een plankje beslagen onder de holle voet worden gedragen en hen daardoor in staat stellen zich zonder uitglijden op het ijs staande te houden". De Spanjaarden zagen voor het eerst schaatsen. Via Amsterdam, dat altijd aan de kant van de koning had gestaan, trokken de Spaanse troepen naar Haarlem. De Haarlemmers besloten zich echter te verweren. Via het water werden zij bevoorraad door andere Hollandse steden. Het beleg van Haarlem duurde 7 maanden, van december 1572 tot juli 1573. Ongeveer 8.000 Spanjaarden sneuvelden en ook veel Haarlemmers werden bij de belegering van de stad vermoord. Na de verovering van Haarlem, volgde op 21 augustus 1573 het beleg van Alkmaar. Op initiatief van Willem van Oranje werden de dijken rondom Alkmaar doorgestoken, waardoor de Spanjaarden op 8 oktober hun beleg moesten opgeven. Drie dagen later won een geuzenvloot in de buurt van Hoorn overtuigend van een Spaanse vloot in de Slag op de Zuiderzee. Enkele dagen na deze nederlaag vertrok de hertog van Alva naar Spanje; hij werd vervangen door Don Luis de Requesens. Langzamerhand veranderde het karakter van de oorlog. Waren het eerst vooral edelen die in opstand kwamen tegen de hertog van Alva, halverwege de jaren '70 van de 16e eeuw kreeg de opstand steeds meer het karakter van een burgeroorlog tussen calvinisten en katholieken. Reeds in juli 1572 waren in Den Briel (Brielle) verschillende katholieke geestelijken vermoord (Heilige Martelaren van Gorcum) door de geuzen onder leiding van Lumey. In 1573 stapte ook Willem van Oranje over op het Calvinisme. Door het neerslaan van de opstand in de andere gewesten werden Holland en Zeeland een bastion van de calvinisten. Het is het verloop van de oorlogvoering geweest, en niet de vermeende grotere sympathie voor het protestantisme in het noorden, dat uiteindelijk tot gevolg heeft gehad dat Nederland overwegend protestants werd en België katholiek.

Mokerhei, Leidens ontzet, vredesoverleg

Vrijwel direct na hun nederlaag bij Alkmaar, omsingelden de Spanjaarden Leiden. Tijdens dat beleg veroverden de legers van de prins Middelburg (9 februari 1574). Ook werd wederom een vlootoverwinning op de Spanjaarden behaald, ditmaal op de Oosterschelde. De legers van de prins konden echter niets doen om Leiden te ontzetten. Lodewijk van Nassau probeerde met financiële steun van zijn broer Jan en de Fransen een Duits invasieleger op de been te brengen. Het Spaanse leger rondom Leiden gaf tijdelijk de omsingeling op, om het nieuwe leger tegen te houden. Op 14 april 1574 vond op de Mokerhei een slag plaats tussen het leger van Lodewijk van Nassau en het Spaanse leger. Lodewijk van Nassau en zijn broer Hendrik van Nassau sneuvelden. De verslagenheid over de nederlaag op de Mokerhei en het sneuvelen van twee van Willems broers was groot. De Spanjaarden hervatten het beleg van Leiden. De Leidenaren weigerden zich over te geven, waarna opnieuw besloten werd de dijken door te steken. Na twee maanden, op 3 oktober 1574 stond het water rondom Leiden zo hoog dat de Spanjaarden hun beleg moesten opgeven. De Geuzen werden als overwinnaars binnengehaald. Tot op de dag van vandaag wordt het Leidens Ontzet gevierd in de stad. In Leiden werd op initiatief van Willem van Oranje nog datzelfde jaar de universiteit gesticht, die overigens nog steeds was opgedragen aan Filips II. De Spaanse bevelhebber Requesens probeerde een vredesverdrag te sluiten. Om de opinie gunstig te stemmen schafte hij de Tiende Penning en de Raad van Beroerten af. Ook werd de opstandelingen amnestie beloofd maar omdat hierop 300 uitzonderingen werden gemaakt was dit nooit een serieus aanbod. Op 3 mei 1575 vonden in Breda onderhandelingen plaats. Hier bleek echter hoe sterk de opstand het karakter van een godsdienstoorlog had gekregen: de onderhandelingen liepen stuk op godsdienstige eisen. Zo eisten de Spanjaarden dat de protestanten het land zouden verlaten en eisten de opstandelingen dat alle bisschoppen zouden vertrekken. Na het stuklopen van de onderhandelingen vervolgde de strijd zich in alle hevigheid. Oudewater en Schoonhoven werden door de Spanjaarden veroverd. Die herfst viel ook Zierikzee. De stad Woerden werd door de Spanjaarden belegerd, maar door het doorsteken van de dijken werden de Spanjaarden na 11 maanden verdreven.

Pacificatie van Gent

Door het verlies van de steden leek de situatie voor de opstandelingen hopeloos. Maar vrij onverwacht keerden de kansen. Op 1 september 1575 werd Spanje voor de tweede keer bankroet verklaard: hierdoor moest er bezuinigd worden op de soldij van de troepen. Bovendien overleed Requesens onverwacht op 1 maart 1576 zonder een opvolger te hebben aangewezen. Door de achterstallige soldij en het ontbreken van een leider begonnen Spaanse troepen te deserteren. Zierikzee en Aalst werden door plunderende troepen leeggeroofd; Mechelen en Brussel werden bedreigd. De Staten van Henegouwen en Brabant riepen begin september de Staten-Generaal bijeen en knoopten onderhandelingen aan met de opstandige gewesten Holland en Zeeland. In Gent werden eind oktober afspraken gemaakt tussen de opstandige en de koningsgetrouwe gewesten over het verdrijven van de muitende Spaanse troepen. De godsdienstige meningsverschillen hoopte men later op te lossen. Gent Op 4 november trokken Spaanse troepen moordend en plunderend Antwerpen binnen: 8.000 Antwerpenaren vonden de dood en duizenden gebouwen gingen in vlammen op in de Spaanse furie. Door deze zoveelste plundering werd de Pacificatie van Gent meteen ondertekend en op 8 november 1576 afgekondigd. De Nederlanders lijken zich weer verenigd te hebben in hun verzet. Op 9 november werden de Spanjaarden verdreven uit Gent, in 1577 namen de inwoners van Utrecht de stad zelf in handen en kort daarna deden de Antwerpenaren hetzelfde.

Unie van Brussel

Filips II stuurde zijn halfbroer Don Juan, (een bastaardzoon van Karel V), die in 1571 bij Lepanto de Turkse vloot had verslagen, naar de Nederlanden. De Staten-Generaal probeerden met hem tot een overeenkomst te komen. Op 7 januari 1577 werd de Unie van Brussel gesloten: Don Juan erkende de Pacificatie van Gent en de Staten-Generaal erkenden op hun beurt (nogmaals) de koning en beloofden zich sterk te maken voor het behoud van het katholieke geloof in de provincies. Don Juan zou landvoogd worden en de Spaanse troepen zouden zich (tegen betaling) terugtrekken. Op 6 april tekende ook Filips II de overeenkomst, echter niet uit overtuiging. De Spaanse troepen begonnen zich eind april 1577 terug te trekken maar na enkele maanden, op 24 juli, nam Don Juan de citadel van Namen in. Het begon er dus naar uit te zien dat er geen vreedzame oplossing zou komen en op 31 augustus beval Filips II bovendien dat de Spaanse troepen terug moesten keren naar de Nederlanden. In januari 1578 kwam Alexander Farnese, hertog van Parma, zoon van Margaretha van Parma, de voormalige landvoogdes, met nieuwe troepen Don Juan ondersteunen. Op 28 januari won Farnese (of Parma) het van een leger van de Staten-Generaal bij Gembloers, ten zuidoosten van Brussel. Willem van Oranje liet zich echter op 23 september 1578 triomfantelijk binnenhalen in Brussel. Don Juan schreef Filips II dat Oranje feitelijk de macht had in de Nederlanden. De gewesten erkenden hem niet meer als landvoogd maar stelden in zijn plaats de aartshertog Matthias van Oostenrijk, neef van Filips II, aan. Dit was tegen de zin van Filips II, voor wie Don Juan nog gewoon landvoogd was. Matthias van Oostenrijk was nog erg jong en politiek onervaren, zodat hij in de praktijk weinig in te brengen had tegen Willem van Oranje. In de volksmond werd hij spottend de griffier van de prins genoemd. Niettemin bedreigden Spaanse troepen Brussel en de Staten-Generaal besloten zich terug te trekken naar Antwerpen. Op 1 oktober 1578 overleed Don Juan in zijn legerkamp nabij Namen op 33-jarige leeftijd aan typhus, nadat hij Farnese aangewezen had als zijn opvolger.

Unie van Atrecht en Unie van Utrecht

Matthias van Oostenrijk Het doel van de Pacificatie van Gent was het herenigen van de Nederlanden. Al vrij snel echter begonnen de meningsverschillen op te spelen. Behalve de godsdienstige conflicten, speelde ook mee dat iedere provincie vooral voor zijn eigen belangen opkwam. Zo werd de toegangsweg naar de Antwerpse haven door Zeeland en Holland geblokkeerd: alleen tegen betaling werden schepen doorgelaten. De zuidelijke provinciën Artesië en Henegouwen en de Franstalige Vlaamse stad Dowaai sloten op 6 januari 1579 de Unie van Atrecht, waarin zij zich weer onder het gezag het koning schaarden. In de Unie van Atrecht werd wel afgesproken dat de buitenlandse troepen zich terug dienden te trekken. In het traktaat van Atrecht (17 mei 1579) erkennen dezelfde gewesten Farnese als landvoogd. Op 23 januari 1579 tekenden Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht en de Ommelanden een eigen verdrag, de Unie van Utrecht. In de daaropvolgende maanden sloten ook de andere noordelijke provincies en veel steden in Brabant en Vlaanderen zich daarbij aan. Gent, Brussel en Antwerpen werden bestuurd door calvinistische "republieken". Willem van Oranje was aanvankelijk tegen deze Unie, omdat het in feite een afscheuring was en hij nog altijd geloofde in een verenigd Nederland. Feitelijk vielen ook de Staten-Generaal uiteen in een noordelijke ("Utrechtse") en een zuidelijke ("Atrechtse") vergadering. Op 3 mei 1579 ondertekende Willem echter een steunverklaring aan de Unie van Utrecht. Deze wordt gezien als de oprichting van de Verenigde Provinciën, die overigens pas na de Vrede van Münster op 15 mei 1648 internationaal werden erkend.

Vredesoverleg in Keulen

Op uitnodiging van keizer Rudolf II begonnen in mei 1579 vredesonderhandelingen in Keulen. De Spanjaarden eisten dat de protestanten zich terugtrokken uit de Nederlanden en dat de politieke situatie van vóór 1559 werd hersteld. Van de kant van de koning verwachtte men niet dat de opstandelingen hierop in zouden gaan, maar hoopte men hen op het slagveld te dwingen. Parma veroverde intussen in juni 1579 Maastricht, en de stadhouder van Groningen, Friesland en Drenthe, de graaf van Rennenberg, sloot zich in 1580 weer aan bij de koning. Hiermee gingen Coevorden, Groningen en het toch al weerspannige katholieke Oldenzaal verloren. Alleen in Friesland konden de opstandelingen hun posities behouden. Toen Rennenberg in 1581 overleed, werd hij vervangen door de Spanjaard Francisco Verdugo. Gesteund door deze militaire successen besloot Filips II zich te richten op de oorlog tegen Portugal. Hij liet Willem van Oranje op 15 juni 1580 vogelvrij verklaren: hiermee raakte Willem van Oranje definitief vervreemd van de Spaanse troon. Door het uitblijven van steun van Spanje en doordat de hertog van Parma de buitenlandse troepen terugtrok zoals afgesproken, stokte zijn militaire campagne. In twee jaar tijd werd alleen Doornik veroverd, op 29 november 1581.

Hertog van Anjou en Acte van Verlatinghe

Willem van Oranje zocht al in 1573 een buitenlandse partner. Engeland, met als staatshoofd de protestantse Elizabeth I leek voor de hand te liggen. Maar Elizabeth aarzelde om zich in een oorlog met Spanje te storten en de onderhandelaars keerden met lege handen terug. In 1580 hadden de opstandelingen meer succes: de hertog van Anjou, broer van de Franse koning, zou met 10.000 man de opstand steunen. Anjou eiste wel dat de Noordelijke Provinciën definitief de Spaanse koning zouden afzweren, en op 22 juli (volgens andere bronnen 26 juli) 1581 werd de Acte van Verlatinghe aangenomen. Op 10 februari 1582 kwam Anjou aan in Vlissingen en op 19 februari werd hij ingehuldigd als hertog van Brabant. De hertog was niet populair onder de bevolking en toen in 1582 een (mislukte) moordaanslag op Willem van Oranje werd gepleegd, dachten velen ook dat hij hierachter zat. Op 4 juli werd Oudenaarde veroverd door de hertog van Parma. Pas toen in de herfst van 1582 de 10.000 man versterking kwam (voornamelijk Zwitserse huurlingen) keerden de kansen in de strijd. Uit frustatie over zijn ondergeschikte positie ten opzichte van Willem van Oranje, besloot de hertog van Anjou tot een aanval op Antwerpen en andere Brabantse steden om daar zijn gezag te vestigen. Op 17 januari 1583 raakte hij binnen de Antwerpse stadmuren maar stuitte op hevig verzet van de bevolking, waarna de Fransen op de vlucht sloegen. De Franse politiek van Willem van Oranje had hiermee definitief afgedaan. Ondanks een verzoeningspoging verliet de Anjou in juni 1583 de Nederlanden. De hertog van Parma kreeg door deze ontwikkelingen opnieuw ruimte, en hij veroverde in hoog tempo steden aan de Vlaamse kust. De grote Vlaamse steden Brugge, Gent en Ieper werden ingesloten en veroverd en in september 1583 viel ook Zutphen.

Oranje vermoord

Op 10 juni overleed de hertog van Anjou. Voor de Staten-Generaal en Willem van Oranje was dit een reden om opnieuw met Frankrijk te onderhandelen over steun in de strijd. Frankrijk ging daar echter niet op in en de moord op Willem van Oranje op 10 juli 1584 maakte definitief een einde aan de gesprekken.

Val van Antwerpen

Die maanden leek het einde van de opstand nabij. Het leger van de hertog van Parma begon een nieuwe opmars in Brabant. Op 27 augustus 1585 valt Antwerpen, na een beleg van ruim veertien maanden, weer in Spaanse handen. Eerder dat jaar hadden Farneses troepen ook al Brussel en Mechelen ingenomen. Parma had bij het beleg van Antwerpen de toevoerwegen naar Antwerpen één voor één afgesloten, met als technisch hoogtepunt een 730 meter lange brug van schepen dwars over de Schelde. Op 17 augustus op het kasteel van Beveren tekende de protestantse burgemeester Marnix van Sint-Aldegonde de overgave van de uitgehonderde stad. Grote delen van de bevolking, vooral (protestantse) kooplui en intellectuelen vertrokken naar het Noorden.

Engelse steun

Op 14 augustus 1585 weigert Koningin Elisabeth de souvereiniteit over de Nederlanden te aanvaarden maar ze belooft wel graaf van Leicester met een troepenmacht van 6.000 man naar de Nederlanden te sturen, die in december 1585 in Vlissingen aankomt. Even voordien, in november 1585, was Willem van Oranjes tweede zoon, prins Maurits, op 18-jarige leeftijd benoemd tot stadhouder van Holland en Zeeland. Op 4 februari 1586 laat Leicester zich uitroepen tot landvoogd en kapitein-generaal van de Nederlanden maar Elisabeth gelast hem die titel op te geven omdat zij een oorlog met Spanje wil vermijden. Vanaf februari 1586 regelt Johan van Oldenbarnevelt, landsadvocaat van Holland, de interne zaken binnen de Unie; graaf Leicester behoudt de leiding over de militaire operaties. Maar de Engelse militaire steun was onduidelijk: twee Engelse officieren, Stanley en York, gaven Deventer en de schans voor Zutphen over aan de Spanjaarden. Ook Sluis viel in Spaanse handen. Bovendien bleek Leicester op last van koningin Elisabeth op een vrede met Spanje aan te sturen. In december 1587 werd hij gedwongen te vertrekken. Maurits en Van Oldenbarnevelt besloten na de debacles met de Franse en Engelse hulp, geen pogingen meer te ondernemen om een soevereine vorst voor de Nederlanden te vinden. In de Justificatie of Deductie werd bepaald dat de politieke macht bij de Staten-Generaal zou komen te liggen. Dit is in feite het begin van de Republiek. Sluis Als reactie op de Engelse inmenging, besloot Filips II met een oorlogsvloot de Engelsen een les te leren om daarna definitief met de opstandelingen in de Nederlanden af te rekenen. Hoewel Spanje geen reputatie had als vlootnatie en de admiraal, de hertog van Medina Sidonia, geen ervaring had, werd de vloot als onoverwinnelijk beschouwd. De oorlogsvloot, armada invencible (onoverwinnelijke vloot) of kortweg Armada genaamd, was 130 schepen en 30.000 man (waarvan 20.000 soldaten) groot. De armada liep echter op een drama uit voor de Spanjaarden: de Spaanse schepen waren geen partij voor de kleinere en wendbaardere Engelse schepen. Met hulp van de Nederlanders, die belangrijke havens van de Spanjaarden blokkeerden zodat de schepen zich niet terug konden trekken, werd in juli 1588 een groot deel van de armada in het Kanaal vernietigd. In paniek besloten de overgebleven schepen via Schotland en Ierland terug naar Spanje te varen, maar door stormen en stromingen werd nogmaals een groot aantal schepen vernietigd. Meer dan de helft van de vloot keerde niet terug in Spanje. De hertog van Parma kreeg de schuld van deze nederlaag.

Nieuwe kansen

Vrij plotseling keerden de kansen voor de opstandelingen. De hertog van Parma kreeg van Filips II opdracht naar Parijs op te rukken, toen daar een godsdienstconflict uitbrak. Filips II wilde voorkomen dat Parijs in handen van de protestanten zou vallen. Op 19 september 1590 trok de hertog van Parma Parijs binnen. Deze ontwikkeling gaf prins Maurits, die inmiddels ook stadhouder van Utrecht, Gelderland en Overijssel was geworden, de mogelijkheid het leger te reorganiseren. Zijn neef Willem Lodewijk was stadhouder van Friesland geworden, en samen slaagden ze erin een goed leger op de been te krijgen. De jonge republiek boekte hierop meer en meer militaire successen. In 1591 werd Breda veroverd door troepen via een turfschip de stad binnen te smokkelen (zie turfschip van Breda). In 1592 werden Coevorden en Steenwijk heroverd, in 1593 Geertruidenberg, in 1594 Groningen en in 1597 Oldenzaal en Bredevoort. Inmiddels was de hertog van Parma overleden (6 december 1592). In het katholieke Zuiden volgde daarop een periode met niet minder dan 40 muiterijen. Omdat Filips II ook zijn eigen einde voelde naderen, liet hij zijn dochter Isabella trouwen met haar neef Albertus van Oostenrijk om samen over de Nederlanden te regeren. In 1598 werd door Spanje een poging ondernomen om de provinciën te verenigingen, maar de Noordelijken kwamen niet opdagen bij de Statenvergadering in Brussel.

Slag bij Nieuwpoort

In juni 1600 besloten de (Noordelijke) Staten-Generaal dat Duinkerke aan de Vlaamse kust moest worden ingenomen, omdat het een uitvalsbasis van piraten was, die de handelsvloot bedreigden. Prins Maurits was, evenals Willem Lodewijk, fel tegen deze aanval, maar hij ging toch omdat het hem bevolen was. Onverwacht ontmoette het leger van de prins een Spaans leger op het strand bij Nieuwpoort. De daarop volgende Slag bij Nieuwpoort werd gewonnen door de prins, maar het leger was dermate verzwakt, dat Maurits direct terugkeerde naar het Noorden. De Spaanse legers werden inmiddels aangevoerd door Ambrogio Spinola, een kundig veldheer. Allereerst probeerde hij Oostende te veroveren. Het beleg van Oostende duurde van 1601 tot 1604. Vanuit zee kon de stad steeds bevoorraad worden. Pas na drie jaar werd de stad ingenomen. Volkomen onverwacht viel hij de Achterhoek binnen: de steden Lochem, Oldenzaal, Rijnberk en Groenlo werden door hem heroverd.

Slag bij Gibraltar en Twaalfjarig bestand

Op zee was de Republiek echter oppermachtig geworden. Op 25 april 1607 vernielden Nederlandse oorlogsschepen onder leiding van Jacob van Heemskerck een Spaanse vloot in de haven van Cadiz. Deze zeeslag is gekend als de Slag bij Gibraltar. Het verloop van de strijd leidde tot vredesbesprekingen in Den Haag na buitenlandse bemiddeling. Spinola zelf kwam hiervoor naar Den Haag. Er kon geen overeenstemming worden bereikt over definitieve vrede, maar wel werd op 9 april 1609 in Antwerpen besloten tot een bestand, dat uiteindelijk twaalf jaar zou duren. Tijdens dit Twaalfjarig Bestand kwam er een definitief einde aan de eenheid binnen de Republiek. Volgelingen van de geestelijke Jacobus Arminius (de remonstranten) kregen een conflict met de volgelingen van Franciscus Gomarus (de contra-remonstranten). Behalve een goddienstig meningsverschil (de remonstranten hadden een vrijere interpretatie van de bijbel), speelde er ook een politiek conflict. De remonstranten waren republikeins, de contra-remonstranten voor prins Maurits. Johan van Oldenbarnevelt koos partij voor de remonstranten, prins Maurits voor de contra-remonstranten. Er dreigde even zelfs een burgeroorlog. Prins Maurits werd tijdens het Twaalfjarig Bestand steeds populairder, en het gezag van de regenten nam af. Dit kwam onder meer doordat steeds meer burgers kapitalen verdienden met de handel terwijl de politiek in handen van regenten was. Op 4 augustus 1617 begon het conflict te escaleren: de Staten van Holland namen de Scherpe Resolutie aan, waarin de steden de vrijheid kregen op te treden tegen de contra-remonstranten. Deze resolutie pakte echter averechts uit: prins Maurits beschuldigde Van Oldenbarnevelt en anderen van verraad en liet hen op 28 augustus 1618 arresteren. Johan van Oldenbarnevelt werd ter dood veroordeeld en op 13 mei 1619 op het Binnenhof in Den Haag onthoofd. In 1620 overleed Willem Lodewijk, op dat moment stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe. Hij werd opgevolgd door zijn jongere broer Ernst Casimir.

Hervatting van de strijd

In 1621 overleed Albertus van Oostenrijk. Omdat zijn huwelijk met Isabella kinderloos was gebleven, kwamen de Zuidelijke Nederlanden weer onder Spaans bestuur. Isabella bleef wel landvoogdes, maar kon niet voorkomen dat de strijd tussen de Spaanse troepen en de Republiek weer oplaaide. Ernst Casimir Aanvankelijk verliep de hervatting van de strijd niet gunstig voor de republiek. In 1625 veroverde Spinola Breda. Op 23 april van datzelfde jaar overleed prins Maurits. Maurits werd opgevolgd door zijn broer Frederik Hendrik. Vanaf 1626 begon Frederik Hendrik samen met Ernst Casimir met een militaire campagne, waarin hij verschillende successen boekte. Zo werden de inmiddels door katholieke Contrareformatie stevig beïnvloede steden Oldenzaal (1626) en Groenlo (1627) heroverd. In 1628 veroverde de zeerover Piet Hein voor de Cubaanse kust in naam van de Republiek de Spaanse Zilvervloot: plotseling was er geld in overvloed. Een jaar na de overwinning op de Zilvervloot, begon Frederik Hendrik aan het beleg van 's-Hertogenbosch. In een poging de troepen weg te lokken, probeerden de Spaanse troepen onder leiding van Ernst van Montecuculi Amersfoort en de Veluwe in te nemen. Dit mislukte echter, waarna 's-Hertogenbosch zich overgaf. Hierna kwam steeds meer gebied in handen van de Republiek. In 1632 liepen hoge Zuid-Nederlandse edelen over, waana Frederik Hendrik vrijwel probleemloos Roermond en Venlo in kon nemen. Maastricht werd na een belegering ingenomen. Ernst Casimir overleed bij het beleg van Roermond; hij werd opgevolgd door zijn zoon Hendrik Casimir I. Landvoogdes Isabella probeerde in 1633 op eigen gezag (zonder de koning in Madrid te raadplegen) vrede te sluiten met de Republiek door rechtstreekse onderhandelingen met de Republiek aan te gaan. De onderhandelingen liepen echter op niets uit. Isabella overleed nog datzelfde jaar. Een jaar later, op 4 november 1634 werd Ferdinand van Oostenrijk (Don Ferdinand) de nieuwe landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden. Don Ferdinand ging voortvarend te werk en veroverde in 1635 de steden Sierck-les-Bains en Trier. Hierop verklaarde Frankrijk Spanje de oorlog. De Franse troepen versloegen de Spanjaarden in de Slag bij les Avins. Samen met het leger van de Republiek veroverden ze enkele steden in de Zuidelijke Nederlanden, waaronder Tienen, Diest en Aarschot. Op 8 februari 1635 sloten kardinaal Richelieu namens Frankrijk en Frederik Hendrik namens de Republiek een verdrag om de Waalse Nederlanden bij Frankrijk en de Vlaamse Nederlanden bij de Republiek te voegen. Dit verdrag werd echter niet van kracht omdat Frederik Hendrik zich terug trok uit argwaan. De gezamenlijke troepen van Frankrijk en Nederland misdroegen zich zo, dat de publieke opinie in sommige van de Zuidelijke Nederlanden zich fel tegen de Republiek keerde. Het beleg van de katholieke universiteitsstad Leuven mislukte. Opnieuw vonden in 1636 vredesonderhandelingen plaats, maar opnieuw zonder resultaat. In 1637 werd het leger van Frederik Hendrik verslagen bij het Zeeuws-Vlaamse Hulst, waarna hij Breda belegerde. Don Ferdinand begon een campagne in Limburg en veroverde op 7 augustus 1637 Venlo en op 4 september Roermond. Ook heroverde hij enkele steden op de Fransen. Hij kon echter niet voorkomen dat Breda werd ingenomen door Frederik Hendrik. Op 20 juni 1638 probeerde een leger onder leiding van Willem van Nassau Antwerpen te veroveren: het leger werd echter door de Spanjaarden verpletterend verslagen. De Spanjaarden ondernamen vervolgens een tweede poging om met een armada de zeemacht van de Republiek te breken. Deze tweede armada werd echter door Maarten Harpertsz. Tromp verslagen in de Slag bij Duins. In 1640 werd Hulst alsnog veroverd. Hendrik Casimir I sneuvelde echter bij de slag. Hij werd door zijn broer Willem Frederik opgevolgd als stadhouder. Ook op een ander front leed Spanje een gevoelige nederlaag: Portugal werd onafhankelijk. Don Ferdinand werd in 1641 vervangen door Francisco de Melo als landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden. In datzelfde jaar nam Frederik Hendrik Gennep in. Francisco de Melo richtte zich aanvankelijk op de strijd tegen de Franse troepen. In 1642 maakte hij grote delen van de Franse gebiedswinsten ongedaan en hij behaalde grote overwinningen. De Republiek vocht in dat jaar nauwelijks, maar een aanbod tot onderhandelingen over vrede werden door Frederik Hendrik afgewezen. Na zijn aanvankelijke successen tegen de Fransen, werd Francisco de Melo op 16 mei 1643 echter vernietigend verslagen bij Rocroi: voor hem het begin van het einde van zijn loopbaan. Op 20 september 1644 werd hij opgevolgd door Manuel de Castel Rodrigo. Inmiddels hadden de Fransen Grevelingen (in het huidige Frans Vlaanderen) veroverd op de Spanjaarden en had Frederik Hendrik Sas van Gent veroverd. Door de opeenvolgende nederlagen en de interne spanningen, nam de kracht van het Spaanse leger snel af. In 1645 veroverden de Fransen enkele steden en won Frederik Hendrik het Vlaamse Hulst. In 1646 sloeg Frederik Hendrik opnieuw het beleg op rondom Antwerpen: de Fransen konden daardoor enkele steden in het zuiden veroveren, waaronder Duinkerke en Kortrijk. Het beleg van Antwerpen werd de laatste veldslag voor Frederik Hendrik: in 1647 kwam hij te overlijden. Hij werd opgevolgd door stadhouder Willem II. De landvoogd van de zuidelijke Nederlanden werd aartshertog Leopold van Oostenrijk.

Vrede van Münster

De Franse inmenging in de oorlog had het tij definitief in het voordeel van de Republiek beslist. Inmiddels was het oorlog in grote delen van Europa, de Dertigjarige Oorlog. In 1641 begonnen vredesonderhandelingen tussen de strijdende partijen in deze oorlog. Afgesproken werd dat in Münster en Osnabrück onderhandeld zou worden. Hoewel de Republiek niet meevocht in de Dertigjarige Oorlog, werd besloten de Republiek toch uit te nodigen bij de vredesonderhandelingen. Door de oorlog tegen Spanje was de Republiek teveel een partij geworden. Via Frankrijk ontving de Republiek een uitnodiging. Hoewel er rond die tijd enorme militaire successen werden geboekt, was er binnen de Republiek steeds meer sprake van een vredesstemming. De langdurige oorlog kostte veel geld en mensenlevens. Alleen de provincies Zeeland en Utrecht, en de stad Leiden, bleven tot het einde toe voorstander van de oorlog. De Republiek slaagde erin als volwaardige staat aan de onderhandelingen mee te mogen doen: zelfs Spanje stemde hiermee in. In januari 1646 kwamen 8 vertegenwoordigers van de Staten aan in Münster om te onderhandelen met de Spanjaarden over vrede. De onderhandelingen zouden plaatsvinden in het Huis van het Kramersgilde, tegenwoordig het Haus der Niederlande genoemd. De Spaanse onderhandelaars hadden uitgebreide volmachten meegekregen van koning Filips IV, die al jaren vrede zocht. Tijdens de onderhandelingen werden de Republiek en Spanje het snel eens: de tekst van het Twaalfjarig bestand werd als uitgangspunt genomen en de Republiek werd door Spanje als soevereine staat erkend. De vrede leek snel nabij. Frankrijk gooide echter roet in het eten door steeds met nieuwe eisen te komen. De Staten besloten hierop buiten Frankrijk om vrede te sluiten met Spanje. Op 30 januari 1648 werd de vredestekst vastgesteld. Deze werd ter ondertekening naar Den Haag en Madrid gestuurd. Op 15 mei werd de vrede definitief getekend.

Latere visie op de Tachtigjarige Oorlog

De naam "Tachtigjarige Oorlog" werd voor het eerst gebruikt in de 19e eeuw. Tot die tijd werd vooral gesproken van De Opstand of De Nederlandse Opstand. De naam "Opstand" slaat vooral op de eerste fase van de Tachtigjarige Oorlog bedoeld, toen de Republiek nog niet bestond. In een recente studie spreekt onder meer Arie van Deursen over De Opstand van 1572-1584. Door allerlei geschiedkundigen is de Opstand verschillend beoordeeld. De discussie over de opstand tegen Spanje gaat tot op de dag van vandaag voort.

Externe link


- [http://dutchrevolt.leidenuniv.nl Dutch Revolt-website, Universiteit Leiden, met onder andere vele documenten] Categorie:Geschiedenis van de Nederlanden in de 16e eeuw Categorie:Geschiedenis van de Nederlanden in de 17e eeuw Categorie:Tachtigjarige Oorlog ja:オランダ独立戦争 simple:Eighty Years' War

1609

----

Gebeurtenissen

Tachtigjarige Oorlog


- 9 april - Begin van het Twaalfjarig Bestand tussen Spanje en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden tijdens de Tachtigjarige oorlog.

Europa


- Johannes Kepler publiceert de eerste wet van Kepler
- Bouw van Fort Nassau op Banda.
- Hertog Johan Willem IV van Kleef sterft zonder erven.
- Henry Hudson maakt derde reis, dit keer in dienst van de VOC ----

Geboren

----

Overleden


- 19 oktober - Jacobus Arminius (±1559-1609), predikant en godsgeleerde tijdens de Tachtigjarige Oorlog; stichter van de Remonstranste Kerk Categorie:17e eeuw ko:1609년 ms:1609

1621

----

Gebeurtenissen

Tachtigjarige Oorlog


- In de Tachtigjarige Oorlog hernemen de vijandelijkheden tussen de Nederlanden en Spanje na het Twaalfjarig Bestand.
- De vestingstad Sluis in Zeeuwsch-Vlaanderen doorstaat opnieuw een Spaanse aanval.

Nederland


- 22 maart - Hugo de Groot weet in een boekenkist te ontsnappen uit zijn gevangenschap in slot Loevestein.
- 3 juni - De West-Indische Compagnie (WIC) wordt opgericht door de Staten-Generaal. De eerste WIC wordt in 1674 ontbonden in verband met financiële problemen. De tweede WIC stort in 1795 in, ten gevolge van de Franse invasie van de Nederlanden. Een volgende WIC, die in 1828 wordt opgericht, is eveneens een complete mislukking.
- Wanneer Prins Maurits aan de macht komt, zijn de betrekkingen met Frankrijk behoorlijk bekoeld en ontvangt de Republiek geen steun meer. Ook in Duitsland gaat het niet goed met de protestantse zaak.
- De Nederlander Snellius verricht een graadmeting tussen Alkmaar en Bergen op Zoom, later voortgezet tot Mechelen. Hij vindt voor 1º (1 graad) in onze maat 107,39 km (Musschenbroek vindt later 111,57 km).

Wereld


- Uponyuvarat I volgt zijn vader Vorawongse II op als de 23e koning van Lan Xang.
- Jan Pieterszoon Coen overrompelt met een gewelddadige expeditie de Banda-eilanden, die tegen het verbod van de VOC in, toch nootmuskaat bleven verkopen aan Portugezen en Britten. Deze eilanden vormden destijds de enige plek ter wereld waar deze gezochte specerij voorkwam. Wie Banda bezat, had het monopolie. De gouverneur - generaal Coen arriveert met 2000 man.
- Acadië (Acadia) in Canada wordt aan lord Stirling geschonken en ontvangt de naam "Nova Scotia" (Nieuw Schotland). ----

Geboren


- 8 juli - De Franse fabeldichter Jean de La Fontaine.
- 19 augustus - De Nederlandse schilder G.v.d. Eeckhout. ----

Overleden


- 2 april - Cristofano Allori, Italiaans kunstschilder
- 16 oktober - Jan Pieterszoon Sweelinck, Nederlands componist. ---- Verschenen:
- Van de Natuere der Elementen van Cornelis Drebbel. Categorie:17e eeuw ko:1621년 ms:1621 simple:1621

Prins Maurits

Prins Maurits kan zijn:
- Maurits van Nassau (1564-1566)
- Maurits van Oranje (1567-1625)
- Maurits van Oranje-Nassau (1843-1850)
- Maurits van Oranje-Nassau, van Vollenhoven (1968)

1600

----

Gebeurtenissen

Tachtigjarige Oorlog


- 2 juli - Slag bij Nieuwpoort: Beide partijen incasseren forse verliezen.

Europa


- 8 februari - Giordano Bruno tot de brandstapel veroordeeld door de Rooms-katholieke Kerk.
- 8 oktober - San Marino neemt een geschreven consitutie aan.
- 17 december - Huwelijk tussen Henri IV en Maria de Médici.
- Oprichting van de Engelse East India Company. ----

Geboren


- 19 november - Koning Charles I van Engeland, Schotland en Ierland.
- 28 januari - Paus Clemens IX ----

Overleden


- 17 februari - Giordano Bruno, religieus hervormer
- Datum onbekend - Jean Nicot (1530-1600), Frans ambassadeur in Portugal. Categorie:16e eeuw ko:1600년 ms:1600 simple:1600

Slag bij Nieuwpoort

De Slag bij Nieuwpoort (1600) was een veldslag tijdens de Tachtigjarige Oorlog die het vooral op grond van het gemakkelijk te onthouden jaartal tot een van de bekendste gebeurtenissen in de geschiedenis van de Nederlanden heeft gebracht.

De motivatie

In 1600 besloten de Nederlandse Staten-Generaal, op aandringen van Johan van Oldenbarnevelt, een aanval te ondernemen op de stad Duinkerken. De daar zetelende kapers brachten grote schade toe aan de Nederlandse vloot. Stadhouder Maurits van Nassau had de leiding over de actie. Hij verzette zich tevergeefs tegen de actie, die zijn goed geoefende maar beperkte leger ver in zuidelijk gebied zou voeren. Maurits trok over land en zee met 16.000 man naar Oostende (reeds in Hollandse handen), waar een afvaardiging van de Staten-Generaal aanwezig was om toezicht op een ijverige uitvoering te houden. Van hieruit vorderde hij langzaam naar de rivier de IJzer, die hij bij Nieuwpoort overstak. Ondertussen had aartshertog Albrecht van Oostenrijk, landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden, een leger verzameld, en trok ook naar hetzelfde gebied. De achterhoede van de Nederlanders onder Maurits' broer Ernst Casimir kreeg opdracht hem tegen te houden, maar de voornamelijk Engelse troepen sloegen vrijwel onmiddellijk op de vlucht. Men leed grote verliezen (Slag bij Leffinghe). Maurits gaf opdracht deze catastrofe voor de troepen geheim te houden.

De slag

Maurits liet daarop zijn leger over de IJzer terugkeren, en zich opstellen in de duinen. Terwijl dit nog bezig was, begon de slag. Maurits had 9400 man voetvolk en 2500 man ruiterij, Albertus beschikte over 2 tercio's voetvolk (6-7000 man totaal) en 1200 man ruiterij. Doordat de Nederlandse en Engelse troepen zich in de duinen en op het strand opstelden, moesten de Spaanse troepen tegen zon- en wind in vechten. Mede doordat Maurits langer reserves vasthield, werd de slag door de Nederlanders gewonnen. De Spanjaarden verloren ruim 4000 man, de Staten 1700. Albertus werd op de vlucht gejaagd, generaal Francisco de Mendoza gevangengenomen. Maurits sloeg het beleg op voor Nieuwpoort, maar vanwege het slechte weer en sterke Spaanse tegenstand, brak hij dit al na 11 dagen op, en keerde weer huiswaarts.

Het resultaat

Al met al had de slag, ondanks de overwinning, feitelijk geen enkel resultaat opgeleverd. Er was geen gebied veroverd, en er waren (aan beide kanten) flinke verliezen aan manschappen geleden. Zo ongeveer het enige resultaat was dat Maurits' naam als veldheer vanaf toen gevestigd was. Nieuwpoort categorie:Nieuwpoort

Leiden

Leiden (118.231 inwoners per 1 juni 2005) is na Rotterdam, Den Haag en Dordrecht de vierde stad van de Nederlandse provincie Zuid-Holland in Nederland. De agglomeratie Leiden, waartoe ook de randgemeenten Katwijk, Leiderdorp, Oegstgeest, Rijnsburg, Sassenheim, Valkenburg, Voorhout, Voorschoten en Warmond behoren, telt ruim 290.000 inwoners, op een oppervlakte van niet veel meer dan 130 km².

Geschiedenis

Warmond De stad ontstond als dijkdorp aan de voet van een kunstmatige heuvel aan de samenvloeiing van de Oude en de Nieuwe Rijn. In de oudste vermelding daarvan, omstreeks 860, werd het toenmalige dorp Leithon genoemd. In de op deze heuvel gelegen burcht zetelde aanvankelijk een leenman van de bisschop van Utrecht, maar de burcht kwam omstreeks 1100 in handen van de graaf van Holland. De gunstig gelegen nederzetting kreeg in 1266 bevestiging van de reeds eerder verleende stadsrechten en ontwikkelde zich met haar bloeiende lakennijverheid tot een van de grootste steden van het gewest Holland. In 1389, toen de bevolking tot ongeveer 4.000 was gegroeid, moest de stad worden uitgebreid met het stadsdeel tussen Rapenburg (tevoren de zuidrand van de stad) en de Witte Singel. Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten had de burggraaf van Leiden loyaliteit betuigd aan de dochter van graaf Willem VI, Jacoba van Beieren. Haar oom Jan van Beieren (ook Jan zonder Genade genoemd) claimde echter met succes de opvolging van Willem VI. Slechts weinig edelen en weinig steden, waaronder Leiden, bleven Jacoba van Beieren trouw.

15e en 16e eeuw

Op 17 juni 1420 trok hertog Jan van Beieren met zijn leger vanaf Gouda op richting Leiden om de stad te veroveren. Het leger was goed uitgerust en beschikte over enkele kanonnen, er was zelfs speciaal vanuit Henegouwen per schip een groot kanon aangevoerd. Filips van Wassenaar en de andere lokale Hoekse edelen veronderstelden dat de hertog eerst Leiden zou belegeren, om dan tijdens de belegering kleine eenheden uit te zenden naar de omringende burchten. De burchten waren echter versterkt en hadden een goede bezetting, dus koos Jan van Beieren ervoor om met zijn geschut eerst deze burchten aan te vallen. Door het beschieten van de muren en poorten wisten de troepen de burchten één voor één te verzwakken. De kastelen waren totaal niet bestand tegen dit geweld en binnen een week veroverde Jan van Beieren de kastelen Poelgeest, Ter Does, Hoichmade, de Zijl, ter Waerd, Warmond en de Paddenpoel. Al op 24 juni verscheen het leger van de hertog voor de stadsmuren van Leiden. Op 17 augustus 1420, na een belegering van twee maanden, gaf de stad zich over aan Jan van Beieren. De burchtgraaf Filips van Wassenaar werd van al zijn ambten en rechten ontdaan en sleet zijn laatste jaren in gevangenschap. De grootste kerk van Leiden, de Pieterskerk, had aanvankelijk één van de hoogste torens van Nederland. Bij een storm is de ruim 100 meter hoge toren echter op 1 maart 1512 ingestort. De toren werd nimmer herbouwd. In 1572 koos de stad de zijde van de anti-Spaanse opstand. De Spaanse landvoogd Requesens sloeg in 1574 het beleg voor de stad. Nadat dit beleg was afgeslagen - het Leidens ontzet van 3 oktober 1574 - kreeg de stad in 1575 een universiteit, de eerste van de Noordelijke Nederlanden (zie: Universiteit Leiden). Hiermee betuigde stadhouder Willem van Oranje zijn erkentelijkheid aan de Leidenaren, die het beleg door de Spanjaarden hadden weerstaan, namens hertog Philips II. (Dit laatste gaf blijk van een grote ironie. De tot 1580 volgehouden fictie dat de prins van Oranje "den koninck van Hispanjen altijd had geëerd", maar uitsluitend tegen diens gehate stadhouder in opstand was gekomen, diende ook om de mogelijkheid van "verzoening" tussen opstandelingen en koning open te houden, maar dan wel op voorwaarden van de opstandelingen).Leidens ontzet wordt nog steeds jaarlijks op 3 oktober op grootschalige wijze gevierd. Op deze vrije dag ruikt de stad naar hutspot, en wordt op een centraal punt in de stad haring en wittebrood uitgedeeld. De universiteit en haar studenten zijn sindsdien een dominerende factor in het stadsbeeld.

17e en 18e eeuw

In de 17e eeuw komt de stad tot grote bloei, dankzij de impuls die vluchtelingen uit Vlaanderen geven aan de textielnijverheid. De stad, die voor het beleg van 1574 ongeveer 15.000 inwoners had geteld, waarvan tijdens het beleg ongeveer een derde deel het leven had verloren, was in 1622 tot 45.000 inwoners gegroeid, terwijl omstreeks 1670 zelfs een aantal van tegen de 70.000 werd bereikt. In de Gouden Eeuw was Leiden, na Amsterdam, de op één na grootste stad van Holland. De bevolkingsgroei maakte een aanleg van nieuwe grachten en singels noodzakelijk. De laatste stadsuitbreiding, het huidige singelpatroon, vond plaats in 1659. In de 18e eeuw raakt de textielnijverheid in verval. Door protectionistische maatregelen in Frankrijk was de concurrentiepositie verslechterd. Bovendien moesten de lonen relatief hoog zijn, omdat de kosten van levensonderhoud in het gewest Holland hoog waren vanwege de hoge belastingdruk. De Leidse textielondernemers gingen toen delen van het productieproces verplaatsen naar "lage-loonlanden": Twente en de omgeving van Tilburg! Het gevolg was een gestadige daling van het inwonertal van Leiden, dat eind 18e eeuw tot 30.000 was gedaald en omstreeks 1815 een dieptepunt van 27.000 zou bereiken.

19e en 20e eeuw

Op 12 januari 1807 werd de stad door een catastrofe getroffen toen een aan de oostkant van het Rapenburg aangemeerd buskruitschip ontplofte. Ongeveer 150 burgers kwamen hierbij om het leven. Koning Lodewijk Napoleon bezocht persoonlijk de stad om de hulp aan de slachtoffers te coördineren. Op de plaats van de door de ontploffing veroorzaakte "Ruïne" werden later het Van der Werffpark en het Kamerlingh-Onnes-laboratorium aangelegd. In 1842 werd de voor Leiden zeer belangrijke spoorlijn naar Haarlem in gebruik genomen. In 1843 kwam de verbinding met Den Haag tot stand. In de 19e eeuw zou er enige verbetering optreden in de desolate sociaal-economische situatie, mede dankzij de spoorlijn, maar het aantal inwoners was omstreeks 1900 nog steeds niet ver boven de 50.000 opgeklommen. Pas in 1896 begon Leiden zich uit te breiden buiten de 17e eeuwse singels. In 1866 werd de stad getroffen door de laatste grote epidemie (cholera) die in 1868 leidde tot de start van de bouw van het nieuw Academisch Ziekenhuis (waar nu het Rijksmuseum voor Volkenkunde is gevestigd) In 1883 werd niet alleen Leiden, maar ook heel Nederland, opgeschrikt door het nieuws van de arrestatie van de Leidse gifmengster, die in enkele jaren tijd minstens 27 slachtoffers had gemaakt. Tot groot verdriet van velen ging in 1929 het stadhuis in vlammen op. Van het pand bleef alleen de gevel aan de Breestraat overeind staan. Wel waren enkele kostbare schilderwerken zeer kort voor de brand ter restauratie overgebracht naar een andere locatie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is het station van Leiden beschadigd door geallieerde bombardementen in 1944.

Diversen

Leiden dankt zijn bijnaam Sleutelstad aan zijn schutspatroon Sint-Pieter (Petrus), aan wie ook de voornaamste kerk is gewijd. Belangrijke bezienswaardigheden zijn naast deze Pieterskerk, de Burcht, de Waag, de Hooglandse Kerk, de veelbezongen gracht het Rapenburg met het Academiegebouw, het stadhuis met de breedste renaissancegevel van Nederland, twee stadspoorten, enkele molens en 35 hofjes. Verschillende oude meesters hebben banden met Leiden. Zo werd Rembrandt in Leiden geboren terwijl ook Jan Steen in de stad werkte, evenals Gerard Dou en Frans van Mieris. Ook uit de wetenschap zijn er belangrijke namen verbonden met Leiden. Albert Einstein heeft enkele belangrijke theorieën in Leiden ontwikkeld, Kamerlingh Onnes had een laboratorium in Leiden waarin hij onderzoek deed wat hem uiteindelijk in 1913 een Nobelprijs opleverde. 'Leermeester van Europa' Herman Boerhaave doceerde en bestudeerde aan de Universiteit Leiden. Een qua bouwstijl belangrijk gebouw is de Marekerk (1649). Het ontwerp van deze kerk (1639), een achthoekige centraalbouw met banken om de kansel heen, werd voor het eerst in de Hollandse kerkgeschiedenis speciaal toegesneden op de protestantse dienst. Leiden herbergt een aantal belangrijke musea: het Rijksmuseum van Oudheden, het Rijksmuseum voor Volkenkunde, het Nationaal Natuurhistorisch Museum (Naturalis), museum Boerhaave (wetenschapsgeschiedenis) en de Lakenhal (beeldende kunst en geschiedenis). Afbeelding:Molen_leiden_2003.jpg|Molen De Valk, gezien vanaf de Stationsweg Afbeelding:Oude_rijn_leiden_2003.jpg|De Oude Rijn met de Kerkbrug, gezien vanaf de Dullebrug Afbeelding:Leiden_stadhuis.jpg|Het stadhuis aan de Breestraat Afbeelding:Leiden_Hoogheemraadschap.jpg|'Gemeenlandshuis' van het Hoogheemraadschap van Rijnland aan de Breestraat Afbeelding:Leiden west gate.jpg|De Morspoort, gezien vanaf de Morssingel Afbeelding:Zijlpoort (Leiden).jpg|De Zijlpoort, gezien vanaf de Schrijversbrug Afbeelding:Oude Sterrewacht Leiden.png|Oude Sterrewacht (1860), gezien vanaf de Witte Singel Afbeelding:Leiden_old_observatory.jpg|De Witte Singel en de Oude Sterrewacht, gezien vanaf de Koepoortsbrug Afbeelding:Nieuwe Rijn.JPG|De Nieuwe Rijn Afbeelding:Alexander Blok - Noch, ulica, fonar, apteka.jpg|Een van de Leidse muurgedichten: Alexander Bloks 'Notsj, ulitsa, fonar, apteka'

Geboren in Leiden


- Willem II (1228), graaf van Holland en Rooms koning
- Floris V (24 juni 1256), graaf van Holland
- Willebrord Snell van Royen (Snellius), (1580), natuurkundige
- Jan van Goyen (1596), schilder
- Rembrandt van Rijn (15 juli 1606), schilder
- Jan Lievens (1607), schilder
- Gerard Dou (7 april 1613), schilder
- Pieter de la Court (1618), wetenschapper
- Jan Steen (1626 of 1625), schilder
- Frans van Mieris (16 april 1635), schilder
- Jacob Toorenvliet (1640), schilder
- Nicolaas Anslijn (12 mei 1777), schrijver
- Klikspaan (8 januari 1814), schrijver
- Johannes Diderik van der Waals (23 november 1837), natuurkundige
- Piet Aalberse (27 maart 1871), politicus
- Willem Kolff (14 februari 1911), wetenschapper
- Frans Poptie (3 maart 1918), jazzviolist
- Zangeres zonder Naam (5 augustus 1919), zangeres
- Alfred Kossmann (31 januari 1922), schrijver
- F.B. Hotz (1 februari 1922), schrijver
- Wim Slijkhuis (13 januari 1923), atleet
- Chris van der Klaauw (13 augustus 1924), diplomaat en minister
- Els Amman (4 september 1931), kunstenares
- Louis Ferron (4 februari 1942), dichter en prozaschrijver
- Emile Fallaux (16 augustus 1944), journalist en programmamaker
- Henk van Woerden (6 december 1947), schrijver
- Jan Brokken (10 juni 1949), schrijver
- Bartho Braat (17 augustus 1950), acteur
- Carolijn Visser (5 september 1956), schrijver
- Carina Benninga (18 augustus 1962), hockeyinternational en -coach
- Taco van den Honert (14 februari 1966), hockeyinternational
- Prinses Laurentien (25 mei 1966)
- Isa Hoes (13 juni 1967), actrice
- Frits Huffnagel (15 juli 1968), VVD-politicus
- Armin van Buuren (25 december 1976), trance-deejay en producer
- Klaas Veering (26 september 1981), hockeyinternational

Onderwijs in Leiden


- Bonaventura College
- Da Vinci College
- Hogeschool Leiden
- Het Kompas (protestants christelijk basis onderwijs)
- Stichting Kaderopleidingen Leiden (particulier deeltijd HBO voor volwassenen)
- Leidse HoutSchool (protestant christelijk basis onderwijs)
- Leidse Instrumentmakers School
- ROC Leiden (Regionaal Opleidings Centrum)
- Roomburg (protestants christelijk basis onderwijs)
- Stedelijk Gymnasium
- Mytyl school De Thermiek
- Universiteit Leiden
- Visser 't Hooft College
- Volksuniversiteit K&O Leiden
- Vlietland College
- Instituut R.R. Vrijbergen (particulier onderwijs)
- Vrije School Mareland (basisonderwijs op antroposofische basis)
- Vrije Schoolgemeenschap Rudolf Steiner (voortgezet onderwijs op antroposofische basis)
- Webster University (Amerikaanse erkende universiteit in Nederland)
- Woutertje Pieterse (openbare basis onderwijs)
- P.C. Zijlwijkschool

Externe links


- [http://www.leiden.nl Stadsportal Leiden]
- [http://www.leiden.nl/gemeente Digitaal Stadhuis Leiden] Categorie:Leiden Categorie:Nederlandse vestingstad Categorie:Plaats in Zuid-Holland

Contra-remonstranten

De contra-remonstranten waren een godsdienstige stroming die opgericht werd als reactie op de remonstranten. De contra-remonstranten hadden als voorman de Leidse theoloog Franciscus Gomarus. Kern van de interpretatie van de contra-remonstranten was, dat het leven van een mens voorbestemd is (predestinatie). Ieder mens wordt met een bepaald doel geboren, en de mens heeft geen vrije wil hiervan af te wijken. Dit gold met name voor wat betreft de eeuwige zaligheid. Men kon daarom volgens de contra-remonstranten er niets aan toe- of afdoen of men later in de hemel zou komen; dat zou reeds van tevoren door God zijn bepaald. De remonstranten onder leiding van de theoloog Jacobus Arminius omhelsden een mildere variant van de predestinatieleer. Volgens hen had God van tevoren diegenen voor de eeuwige zaligheid voorbeschikt waarvan Hij tevoren wist dat ze tijdens hun leven gelovig zouden worden; bij hen had de mens dus wel degelijk een zekere invloed op het eventueel deelachtig worden van de hemel. De contra-remonstranten hadden een grote aanhang onder de "gewone" bevolking ten tijde van het conflict met de remonstranten gedurende het Twaalfjarig Bestand aan het begin van de 17e eeuw. Ook prins Maurits sloot zich openlijk bij de contra-remonstranten aan, al kan eraan worden getwijfeld in hoeverre dit een gevolg was van zijn godsdienstige overtuiging of een kwestie van politieke berekening (
- ); zijn grote politieke rivaal, landsadvocaat van de Staten van Holland Johan van Oldenbarnevelt, was immers een remonstrant. Na diens executie delfde op de Synode van Dordrecht (beide in 1619) de remonstrantse richting ten gunste van de contra-remonstranten het onderspit en werd de contra-remonstrantse stroming de officiële leer in de Gereformeerde Kerk in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. (
- ) Verhaald wordt dat Prins Maurits eens gezegd zou hebben dat hij "niet wist of de predestinatie nu blauw of groen was". Categorie:Gereformeerd Categorie:Tachtigjarige Oorlog

1619

----

Gebeurtenissen

Nederland


- 12 mei - Oldenbarnevelt, Hogerbeets en de Groot worden veroordeeld van hoogverraad.
- 13 mei - Johan van Oldenbarnevelt wordt in Den Haag onthoofd op last van de Staten-Generaal. Zijn misdaad was een poging het Nederlandse staatsbestel te hervormen. Zelf vond hij dat hij onschuldig was en hij diende daarom geen gratieverzoek in, omdat dat een impliciete schuldbekentenis zou inhouden.
- Hugo de Groot wordt gevangengezet en overgebracht naat slot Loevestein, waar hij begint te schrijven aan een inleiding tot het Hollandse recht en zijn De veritate religionis Christianae.
- mei - Gilles van Leedenberch wordt postuum ter dood veroordeeld. Zijn kist met lichaam wordt opgehangen aan de galg.
- Jan Pieterszoon Coen volgt Laurens Reael op als Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië
- 30 mei - Stichting van Batavia door Jan Pieterszoon Coen
- Nederlandse vluchtelingen richten in Antwerpen de Remonstrantse Broederschap op.

Wereld


- 10 juni: Slag bij Záblati in de Dertigjarige oorlog.
- Nu ook de nieuwste geschriften van John Napier over de logaritme de decimale scheiding (punt of komma) gebruiken, wordt deze handige notatie voor een decimale breuk allengs gemeengoed.
- De Tweede Lange Oorlog tussen het Turkse en het Perzische Rijk wordt beëindigd. Beide rijken zijn de uitputting nabij en er breekt voor beide een tijd van verval aan. ----

Geboren


- 11 april - Abraham van der Hulst, Nederlands admiraal
- 21 april - Jan van Riebeeck - stichter van de eerste Europese kolonie in Zuid-Afrika ----

Overleden


- 13 mei - Johan van Oldenbarnevelt, Nederlands politicus (raadpensionaris) Categorie:17e eeuw ko:1619년 ms:1619 simple:1619

Synode van Dordrecht

De Synode van Dordrecht was een kerkvergadering, gehouden in 1618-1619 in Dordrecht.

Doel van de Synode

Doel van de Synode was een uitspraak in het geschil tussen de remonstranten en contra-remonstranten. Voorzitter van de Synode was dominee Johannes Bogerman uit Leeuwarden. Dominee Bogerman was een uitgesproken tegenstander van de remonstranten. De remonstranten werden daarom niet als gelijkwaardige partij, maar als beklaagden opgeroepen. Op 14 januari 1619 werden de remonstranten weggejaagd van de Synode, die vervolgens de contra-remonstranten gelijk gaf. De standpunten tegen de remonstranten werden weergegeven in 5 punten, welke bekend staan onder de naam Dordtse Leerregels, welke een officieel onderdeel vormen van de drie belijdenisgeschriften van de Nederlandse Hervormde en Gereformeerde kerken in Nederland. Internationaal wordt er wel gesproken over het 5-punten calvinisme ("Five points of Calvinism"), waarbij men doelt op de 5 punten die behandeld worden in de Dordtse leerregels. Op de Synode van Dordrecht werd tevens besloten de Bijbel in het Nederlands te vertalen. Deze Statenvertaling was in 1637 klaar. Ook werd de Dordtse Kerkorde aangenomen, die nog steeds de basis vormt van het kerkrecht in veel gereformeerde kerken.

Buitenlandse afgevaardigden


- Engeland: George Carleton (1559-1628), Joseph Hall (1574-1657), Thomas Goad (1576-1638), John Davenant (1576-1641), Lancelot Andrewes (1555-1626).
- Schotland: Walter Balcanqual 1586-1645), Samuël Ward (overleden 1643), Guiliemus Amesius (1576-1633)
- Heidelberg: Abraham Scultetus (1566-1624), Paul Tossanus (1572-1634), Hendrik Alting (1583-1644)
- Hessen: Georg Cruciger (1575-1637), Paul Stein (1585-1643), Rudolphus Gloclenius (1547-1628), Daniel Anglocrator (1569-1635).
- Zwitserland: Johann Jakob Breitinger (1575-1645), Wolfgang Mayer (1577-1653), Sebastian Beck (1583-1654), Mark Rütimeyer (1580-1647), Hans Conrad Koch (1564-1643).
- Genève: Jean Diodati (1576-1649), Theodore Trochin (1582-1657)
- Bremen: Ludwig Crocius (1586-1653), Matthiuas Martinius (1572-1630), Heinrich Isselburg (1577-1628).
- Nassau-Wetteravië: Johann Heinrich Alsted (1588-1638), John Bisterfeld (overleden 1619), Georg Fabricius
- Emden: Ritzius Lucas Grimersheim (1568-1631), Daniël Bernard Eilshemius (1555-1622).

Externe bron


- [http://www.bogerman.nl/jbogerman/dordtsesynode.htm J.Bogerman - de Dordtse Synode] Categorie:Gereformeerd Categorie:Tachtigjarige Oorlog Categorie:Dordrecht

1617

---- Gebeurtenissen:
- De eerste Engelse pijpmaker begint in Gouda een bedrijfje.
- In Frankrijk aanvaardt Lodewijk XIII de regering. Daarmee komt een einde aan het regentschap van zijn moeder Maria de' Medici.
- 23 september: Samuel Coster, P.C. Hooft en Bredero stichten de Eerste Nederduytsche Academie in Amsterdam ---- Geboren:
- Gerard Ter Borch, Nederlands schilder. ---- Overleden:
- Hendrick Goltzius Nederlands schilder die tot het Maniërisme wordt gerekend (
- 1558). Categorie:17e eeuw ko:1617년 ms:1617

Hugo de Groot

Hugo de Groot (Delft, 10 april 1583Rostock, 28 augustus 1645) was een Nederlands rechtsgeleerde. Hij is ook bekend onder zijn Latijnse naam Hugo Grotius en wordt her en der ook aangeduid als Huig de Groot. Hij schreef onder andere Latijnse tragedies, theologische verhandelingen, en ook Latijnse en Nederlandse gedichten. Zijn belangrijkste werken liggen op historisch en juridisch gebied. Zijn beroemdste werk is De iure belli ac pacis (Over het recht van oorlog en vrede) uit 1625. Dit vormt de basis voor het moderne volkenrecht. Hij is ook bekend van zijn pleidooi voor de vrije toegang tot de zee (en de vrijhandel) het Mare Liberum. Hugo de Groot werd geboren te Delft als telg van een Nederlands patriciërsgeslacht. Zijn vader, Jan de Groot (1554-1640), had veel bekende geleerden uit de Republiek als vriend. Deze geleerden herkenden al snel Hugo's bijzondere begaafdheid; zo kon De Groot al vanaf zijn achtste dichten in het Latijn. Dit leidde er toe dat De Groot al op zijn elfde ging studeren aan de universiteit van Leiden.

Werk en invloeden

Hugo de Groot was een pionierend theoreticus op het gebied van humanisme en natuurrecht. Dit laatste definieerde hij als het idee dat bepaalde zaken uit zichzelf goed of slecht zijn, en daardoor bepaalde rechtsbeginselen vanuit zichzelf geldig. Deze stammen dus niet af van de Goddelijke openbaring: het natuurrecht geldt "zelfs we zouden aannemen dat er geen God bestaat". Deze rechtsprincipes ontwikkelde en paste hij toe in De iure praedae uit ca. 1604 (niet door De Groot gepubliceerd) en het al genoemde De iure belli ac pacis. In een later als Mare Liberum (De Vrije Zee) los gepubliceerd hoofdstuk uit De iure praedae ontwikkelde De Groot voor het eerst een concept van een mondiale gemeenschap, vanuit het idee dat de zee voor allen toegankelijk moest zijn om zo de communicatie tussen volkeren in stand te houden en niet elkaar de toegang tot de overzeese gebieden te ontzeggen. De Groot zijn werk op dit gebied vormde de basis voor later werk van filosoof John Locke. Naast rechtsgeleerde was De Groot ook een niet onverdienstelijk theoloog. Dit was echter ook de bron van alle beroerten in zijn leven. Werd hij in 1598 (op 15-jarige leeftijd) door koning Hendrik IV het "mirakel van Holland" genoemd om zijn intellectuele verdiensten, in 1619 ging hij voor zijn werken levenslang in Slot Loevestein in het gevang. Gedurende de voorgaande jaren trachtte De Groot namelijk zijn overtuigingen aangaande natuurlijke wetgeving te verenigen met het Calvinisme dat in de Republiek der Verenigde Nederlanden als godsdienst de overhand had gekregen. Hierin slaagde hij echter niet, omdat het idee dat God niet in alles het laatste woord heeft niet verenigbaar is met het Calvinistische concept van predestinatie. Om deze reden sloot hij zich aan bij de volgelingen van Jacobus Arminius, de remonstranten. Dit pakte echter verkeerd uit en na het ingrijpen van Prins Maurits in de godsdienstige twisten werd hij samen met onder andere Johan van Oldenbarnevelt opgepakt en tot levenslange opsluiting veroordeeld.

Gevangenschap op Loevestein

Even na 1600 laaiden er in Nederland godsdienstige twisten op die tot in de politiek werden uitgespeeld. Inzet was de leer van de predestinatie, ofwel de Goddelijke voorbeschikking. In hedendaagse termen kan men zeggen, dat de strijd ging tussen de fundamentalist Gomarus en de gematigde Arminius. Huig de Groot hield zich zoveel mogelijk op de vlakte, maar werd door de Gomaristen steeds verder in het kamp van de Arminianen gedreven. Dat lot trof ook Van Oldenbarnevelt, omdat hij weigerde een nationale synode van staatswege bijeen te roepen om Arminius te veroordelen. Prins Maurits, die naar eigen zeggen niet wist of de predestinatie groen of blauw was, zag in de godsdiensttwisten een kans om de vredespartij buitenspel te zetten. Het bestand met Spanje had hem als legeraanvoerder veel macht, aanzien en buitgeld gekost. In augustus 1618 wist de prins de machtsstrijd in zijn voordeel te beslechten. Van Oldenbarnevelt en De Groot werden gevangengenomen. De eerste werd ter dood veroordeeld en terechtgesteld. Een college van 24 rechters veroordeelde de remonstrant Hugo de Groot 'ter eeuwige gevangenisse' op Slot Loevestein, toen een staatsgevangenis. Op 5 juni 1619, kwam Hugo hier aan, later gevolgd door zijn vrouw Maria van Reigersberg en dienstmeisje Elsje van Houweningen. Hij mocht blijven studeren. Daarvoor kreeg hij uit Leiden boeken in een kist die soldaten bij een familie in Gorinchem ophaalden en wegbrachten. Dat bracht Maria op een idee. Zij maande Hugo: "Kruip in die kist en zorg dat je er twee uur in kunt blijven zitten zonder geluid te maken". Ze liet hem avonden lang oefenen. Op 22 maart 1621 was het jaarmarkt in Gorinchem. De gevangenisbaas was weg. Maria legde met Elsje de boeken in bed, zodat het net leek of Hugo weer eens ziek was. Met alleen zijn ondergoed en zijden kousen aan kroop hij in de kist. Elsje ging met de soldaten mee en hield de kist in de gaten. Eenmaal bij de familie aangekomen snelde Hugo eruit om in metselaarskleren naar Parijs te vluchten. In 1631 keerde hij terug naar Rotterdam, in de hoop dat hij zich weer in Holland kon vestigen. Zes jaar na de dood van Maurits was het politieke klimaat onder diens opvolger Frederik Hendrik veel milder geworden. Burgemeester van Berkel pleitte voor amnestie voor hem in de Staten van Holland. Ook Hooft die tot de kring rond de stadhouder behoorde deed een goed woordje. Maar De Groot zelf weigerde welk verzoek dan ook tot de Staten of de prins te richten. Hij had immers niets verkeerds gedaan! Het jaar daarop vaardigden de staten een nieuw arrestatiebevel uit, en moest hij opnieuw in ballingschap gaan.

In Zweedse staatsdienst

Vanaf 1634 leefde hij als gezant van Zweden in Parijs. Het was zijn taak om Franse steun te winnen voor de Zweedse interventiepolitiek in Duitsland. De Zweden streden aan de zijde van de Duitse protestanten in de dertigjarige oorlog. Als principiëel en wat rechtlijnig remonstrant kon hij echter moeilijk overweg met de opportunistische Fransen onder kardinaal Richelieu. Onder invloed van de "franse partij' aan het hof in Stockholm werd hij op 20 december 1644 teruggeroepen. De jonge koningin Christina wilde hem tot staatsraad benoemen om haar te adviseren in zaken van buitenlandse politiek. Maar bovenal wilde ze hem een wetenschappelijke bibliotheek voor haar laten samenstellen. De Groot voelde daar niets voor. Ook het noordelijke klimaat trok hem en zijn vrouw weinig. In maart 1645 vertrok hij uit Stockholm, naar Lübeck. Zijn schip leed echter schipbreuk bij het oversteken van de Baltische Zee. Hij kwam veilig aan wal, maar ver naar het oosten. Te paard reisde hij vanaf 13 augustus richting Lübeck, maar uitgeput bereikte hij Rostock. Daar overleed hij op 28 augustus. Zijn laatste woorden zouden zijn geweest: "door veel te begrijpen, heb ik niets bereikt".

Werken


- De republica emendanda (over verbetering van de Republiek) - 1601
- Parallelon rerumpublicarum (vergelijking van republieken) - 1602
- De iure praedae (over het buitrecht), inclusief Mare liberum (de vrije zee) - 1604
- De antiquitate reipublicae Batavicae (over de oudheid van de Republiek) - 1610
- Ordinum pietas (de vroomheid van staten) - 1613
- Defensio fidei catholicae de satisfaction (verdediging van het christelijk geloof) - 1617
- De iure belli ac pacis (over het recht van oorlog en vrede) - 1625
- De veritate religionis Christianae (over de waarheid van het christelijk geloof) - 1627
- Inleydinge tot de Hollantsche rechtsgeleertheit - 1631
- Via ad pacem ecclesiasticam (de weg naar kerkelijke vrede) - 1642
- De imperio summarum potestatum circa sacra (over de macht van heersers in religieuze zaken) - 1647
- De fato (over het lot) - 1648
- Annales et historiae de rebus Belgicis (annalen en geschiedenis van de Nederlanden) - 1657

Externe links


- [http://www.gutenberg.net/etext/11591 Hugo de Groot en zijn rechtsphilosophie] (H. Bertens, Project Gutenberg) Groot, Hugo de Groot, Hugo de Groot, Hugo de Groot, Hugo de Groot, Hugo de ja:フーゴー・グローティウス

1619

----

Gebeurtenissen

Nederland


- 12 mei - Oldenbarnevelt, Hogerbeets en de Groot worden veroordeeld van hoogverraad.
- 13 mei - Johan van Oldenbarnevelt wordt in Den Haag onthoofd op last van de Staten-Generaal. Zijn misdaad was een poging het Nederlandse staatsbestel te hervormen. Zelf vond hij dat hij onschuldig was en hij diende daarom geen gratieverzoek in, omdat dat een impliciete schuldbekentenis zou inhouden.
- Hugo de Groot wordt gevangengezet en overgebracht naat slot Loevestein, waar hij begint te schrijven aan een inleiding tot het Hollandse recht en zijn De veritate religionis Christianae.
- mei - Gilles van Leedenberch wordt postuum ter dood veroordeeld. Zijn kist met lichaam wordt opgehangen aan de galg.
- Jan Pieterszoon Coen volgt Laurens Reael op als Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië
- 30 mei - Stichting van Batavia door Jan Pieterszoon Coen
- Nederlandse vluchtelingen richten in Antwerpen de Remonstrantse Broederschap op.

Wereld


- 10 juni: Slag bij Záblati in de Dertigjarige oorlog.
- Nu ook de nieuwste geschriften van John Napier over de logaritme de decimale scheiding (punt of komma) gebruiken, wordt deze handige notatie voor een decimale breuk allengs gemeengoed.
- De Tweede Lange Oorlog tussen het Turkse en het Perzische Rijk wordt beëindigd. Beide rijken zijn de uitputting nabij en er breekt voor beide een tijd van verval aan. ----

Geboren


- 11 april - Abraham van der Hulst, Nederlands admiraal
- 21 april - Jan van Riebeeck - stichter van de eerste Europese kolonie in Zuid-Afrika ----

Overleden


- 13 mei - Johan van Oldenbarnevelt, Nederlands politicus (raadpensionaris) Categorie:17e eeuw ko:1619년 ms:1619 simple:1619

1621

----

Gebeurtenissen

Tachtigjarige Oorlog


- In de Tachtigjarige Oorlog hernemen de vijandelijkheden tussen de Nederlanden en Spanje na het Twaalfjarig Bestand.
- De vestingstad Sluis in Zeeuwsch-Vlaanderen doorstaat opnieuw een Spaanse aanval.

Nederland


- 22 maart - Hugo de Groot weet in een boekenkist te ontsnappen uit zijn gevangenschap in slot Loevestein.
- 3 juni - De West-Indische Compagnie (WIC) wordt opgericht door de Staten-Generaal. De eerste WIC wordt in 1674 ontbonden in verband met financiële problemen. De tweede WIC stort in 1795 in, ten gevolge van de Franse invasie van de Nederlanden. Een volgende WIC, die in 1828 wordt opgericht, is eveneens een complete mislukking.
- Wanneer Prins Maurits aan de macht komt, zijn de betrekkingen met Frankrijk behoorlijk bekoeld en ontvangt de Republiek geen steun meer. Ook in Duitsland gaat het niet goed met de protestantse zaak.
- De Nederlander Snellius verricht een graadmeting tussen Alkmaar en Bergen op Zoom, later voortgezet tot Mechelen. Hij vindt voor 1º (1 graad) in onze maat 107,39 km (Musschenbroek vindt later 111,57 km).

Wereld


- Uponyuvarat I volgt zijn vader Vorawongse II op als de 23e koning van Lan Xang.
- Jan Pieterszoon Coen overrompelt met een gewelddadige expeditie de Banda-eilanden, die tegen het verbod van de VOC in, toch nootmuskaat bleven verkopen aan Portugezen en Britten. Deze eilanden vormden destijds de enige plek ter wereld waar deze gezochte specerij voorkwam. Wie Banda bezat, had het monopolie. De gouverneur - generaal Coen arriveert met 2000 man.
- Acadië (Acadia) in Canada wordt aan lord Stirling geschonken en ontvangt de naam "Nova Scotia" (Nieuw Schotland). ----

Geboren


- 8 juli - De Franse fabeldichter Jean de La Fontaine.
- 19 augustus - De Nederlandse schilder G.v.d. Eeckhout. ----

Overleden


- 2 april - Cristofano Allori, Italiaans kunstschilder
- 16 oktober - Jan Pieterszoon Sweelinck, Nederlands componist. ---- Verschenen:
- Van de Natuere der Elementen van Cornelis Drebbel. Categorie:17e eeuw ko:1621년 ms:1621 simple:1621

Categorie:Geschiedenis van de Nederlanden in de 17e eeuw

17 categorie:geschiedenis van België categorie:17e eeuw

17 iunie

Luni: Ianuarie Februarie Martie Aprilie Mai - Iunie - Iulie August Septembrie Octombrie Noiembrie Decembrie Zile: 15 iunie 16 iunie - 17 iunie - 18 iunie 19 iunie ---- __FARACUPRINS__ 17 iunie este a 168-a zi a calendarului Gregorian şi a 169-a zi în anii bisecţi.

Evenimente


- 1473 - Călugărul Nicodim de la mânăstirea Neamţ a terminat "Tetraevangheliarul de la Humor", lucrare vestită pentru miniaturile sale şi pentru că în el se află portretul lui Ştefan cel Mare.
- 1910 – Primul zbor al lui Aurel Vlaicu pe Dealul Cotrocenilor
- 1923 - S-a înfiinţat Oficiul Naţional de Educaţie Fizică (ONEF).
- 1940Al doilea război mondial: Radiodifuziunea Franceză transmite discursul lui Philippe Pétain, preşedinte al Consiliului de Miniştri, în care se cerea poporului francez să predea armele în lupta cu armatele naziste : "Cu inima strânsă, va spun astăzi ca trebuie să încetam lupta". La 22 iunie 1940 a fost încheiat armistiţiul între Franţa şi Germania
- 1944 - Islanda anunţă separarea sa definitivă de Danemarca şi se proclamă republică - ziua naţională
- 1950 - Medicul american Richard Lawler efectuează primul transplant de rinichi la Spitalul "Mary" din Chicago.
- 1954 - România a ratificat Convenţia asupra drepturilor politice ale femeilor adoptată de ONU la 20 decembrie 1952.
- 1960 - A fost ridicat nivelul reprezentărilor diplomatice la rang de ambasadă între România şi Indonezia.
- 1977 – Inaugurarea lucrărilor de construcţie a întreprinderii societăţii mixte "Oltcit" de autoturisme de mic litraj (cooperare româno-franceză)
- 2002 - Decernarea premiilor Uniunii Scriitorilor din România pe anul 2001.

Naşteri


- 1818 - Charles Gounod, compozitor şi dirijor, principalul reprezentant al operei lirice franceze (m. 18 octombrie 1893)
- 1825Elena Cuza, soţia domnitorului Alexandru Ioan Cuza (m. 2 aprilie 1909)
- 1882 - Igor Stravinsky, compozitor, pianist şi dirijor rus (m. 6 aprilie 1971)
- 1888 - Ilie E. Torouţiu, critic, istoric literar, folclorist şi traducător. (m. 23 noviembrie 1953)
- 1898 - Maurits Cornelis Escher, artist şi grafician olandez (m. 27 martie 1972)
- 1917Dean Martin, actor american (m. 25 decembrie 1995)
- 1920 - Francois Jacob, biolog francez, laureat al Premiului Nobel pentru Medicină pe anul 1965
- 1932 - Sabin Bălaşa, pictor şi regizor de fi